Faculty of Science - Department of Biology Universiteit Utrecht

Pobox 80056, 3508 TB, Utrecht, The Netherlands. Tel: +31 620026754, Email

Bijenteelt voor biologen


Een introductie in de biologie van de honingbij en het houden van bijen
Cursus in het kader van “Biologie in het Werkveld”
Dep. Biologie, Universiteit Utrecht en de Utrechtse Biologen Vereniging

HET BELANG VAN BIJEN
De huidige achteruitgang van de bijen heeft als positief resultaat gehad dat de grote ecologische en economische betekenis van de bijen nu wereldwijd wordt onderkend. Waren de bijen voorheen vooral bekend als producenten van honing en enkele andere bijenproducten, nu is algemeen bekend dat de bijen de belangrijkste bestuivers zijn en door deze “eco-service” van onmisbare betekenis voor ons. Door hun bijzondere leefwijze, m.n. het voeren van hun larven met stuifmeel, zijn bijen onvermoeibare bloembezoekers in de natuur. Ook veel voedselgewassen zijn afhankelijk van bestuiving door bijen. Men schat hun bestuivingswaarde wereldwijd ver boven de 200 miljard US dollar. Er is nu veel onderzoek gaande naar de bestuiving van natuurlijke flora en van gewassen op het open veld en in kassen.
De Honingbij, Apis mellifera, is de belangrijkste bestuiver, maar andere bijen zoals Hommels en veel soorten Solitaire Bijen zijn ook van groot ecologisch èn economisch belang. Bijen zijn verder belangrijk voor biologisch onderzoek. Hun complexe gedrag, b.v. orientatie, communicatie en leergedrag dient als model bij basaal onderzoek. De cursus “Bijenteelt voor Biologen” vormt een introductie in de bijenbiologie en het houden van bijen. In de cursus komt ook de bestuivingsbetekenis aan de orde evenals de impact van de wereldwijde achteruitgang van de bijen.

DOELEN VAN DEZE CURSUS
De student te laten kennismaken met:

  1. De algemene biologie van de Honingbij, Apis mellifera.
  2. De ontwikkeling van een bijenvolk, Apis mellifera, gedurende het jaar.
  3. De ecologische relaties van een bijenvolk met verschillende omgevingsfactoren, i.h.b. welke voedselplanten zijn achtereenvolgens van belang in het bijenseizoen.
  4. De diversiteit van bijensoorten in Nederland, en de positie van de Honingbij. Wat is het verschil tussen solitaire bijen en kolonie-vormende bijen?
  5. De actuele situatie m.b.t. de achteruitgang van de bijen in Nederland en elders. Welke factoren zijn van belang?
  6. De deelnemers leren zelfstandig bijenvolken te inspecteren en te behandelen.



VAARDIGHEDEN

Aan het eind van de cursus heeft de student de volgende vaardigheden geleerd:

  • Kennis over de algemene biologie van de Honingbij
  • Het leren beoordelen van de ontwikkelingsconditie van een bijenvolk
  • Het zelfstandig verzorgen van een bijenvolk en het uitvoeren van handelingen die nodig zijn voor een goede ontwikkeling ervan
  • Het onderscheiden van de belangrijkste voedselplanten van de honingbij
  • Het beoordelen van de gezondheid van een bijenvolk

TOETSING
Aan het eind van de cursus wordt de student getoetst op de bovengenoemde vaardigheden.

  1. Aan het eind van de cursus wordt het practische werk van de cursist beoordeeld..
  2. Er is tevens een schriftelijke eindtoets met vragen over de theoretische en practische onderdelen van de cursus.

CURSUSBOEK
We gebruiken op de cursus het volgende boek voor belangrijke delen van de theorie m.b.t. de biologie, het houden van de Honingbij en bijenziekten: “Bijenhouden, Hoe doe je dat?” Friedrich Pohl, Uitgegeven bij Tirion Natuur, 2008.
Dit boek is ook verkrijgbaar bij “Het Bijenhuis”, Grintweg 273, 6704 AP Wageningen, e-mail: bijenhuis@bijenhuis.nl

CERTIFICAAT
Na deelname aan alle practische lessen en bij een succesvolle afronding van de practische- en theoretische toets, ontvangt de cursist naast een bij deze cursus passende oorkonde van “Biologie in het Werkveld” een certificaat van de Ned. Bijenhouders Vereniging.

ORGANISATOREN EN DOCENTEN
Prof. Dr. Rinus Sommeijer coördinator en docent
Dr. Marie José Duchateau docent
Dr. Elbert Hogendoorn docent

 

MEDEWERKING DOOR
De Utrechtse Biologen Vereniging
De Bijenhoudersvereniging Utrecht en omstreken
Nederlandse Bijenhoudersvereniging, Wageningen

BESCHRIJVING EN ROOSTER VAN DE CURSUS
Deze cursus bestaat uit wekelijkse lessen van eind April tot in Juni.
Tijdens de eerste vier lessen zullen we de biologie van de Honingbij en enkele andere onderwerpen behandelen met lezingen en demonstraties. Onderwijs in zaalruimte op de Uithof-campus; details volgen.
De andere vijf lessen betreffen het practisch werken met bijenvolken. De opzet is dat de cursisten zoveel mogelijk zelf de behandelingen van het bijenvolk uitvoeren. We leren de deelnemers een bijenvolk te beoordelen en maatregelen te nemen voor een optimale ontwikkeling van het bijenvolk tijdens het verloop van het seizoen.
Vanwege het accent op het practisch werk is er een maximum aantal deelnemers. Hiervoor worden de cursisten ook ingedeeld in twee groepen, elk met een maximum van 10 cursisten.

TIJDSCHEMA EN PROGRAMMA

De cursus betreft vier theoriebijeenkomsten die duren van 17h15 tot 19h15.
Donderdag 16 april, Rinus Sommeijer, De evolutie van de honingbij, ecologische relaties. Bijen, bloemplanten en bestuiving.
Donderdag 23 april, Marie José Duchateau, De algemene biologie en sociale organisatie van de Honingbij (vergelijking met Hommels).
Donderdag 30 april, Rinus Sommeijer, Solitaire bijen en kolonie-vormende (“sociale”) bijen. Solitaire bijen in Nederland.
Donderdag 7 mei, Elbert Hogendoorn, Praktijkhandelingen door het seizoen. Bijengezondheid. Bijenproducten.

Practische lessen 17h30 – 19h00 in twee groepen van max. 10 cursisten
De meeste praktijklessen worden gegeven op de bijenstand van Elbert Hogendoorn, Liesgrassingel, Vleuterweide, Vleuten, op de volgende donderdagen (indien nodig verschuift een les naar de woensdag of vrijdagavond):

21 mei, Inspectie van bijenvolken die de winter hebben overleefd; inspectie van de koninginnen
28 mei, Inspectie en behandeling t.b.v. de ontwikkeling van het volk; aanpassen van nestruimte voor groei van het volk
11 juni, Inspectie en behandelingen m.b.t. het voorkomen van zwermgedrag (12 juni), Inspectie van zwermen en zgn. “kunstzwermen”; kunnen deze jonge volken zich voldoende ontwikkelen?
18 juni, Inspectie en behandeling van bijenvolken t.b.v. de honingproductie is er “dracht”?
25 juni, Laatste praktijkles, afronding van handelingen m.b.t. voortplantingsseizoen van de bijen. Informatie over honingoogst en ziektebestrijding. Examen

Contactpersoon: Rinus Sommeijer
Email: M.J.Sommeijer@uu.nl


Back Top Faculteit Biologie Universiteit Utrecht Your remarks...

 

Last update: 8 augustus 2023 / m.j.sommeijer@uu.nl